andere laatste dingen
Algemeen
In bepaalde evangelische kringen is er veel aandacht voor de laatste dingen. Het gaat daarbij om ‘de dingen’ die nog moeten gebeuren, voordat (en volgens sommigen ook nadat) Jezus Christus terugkomt. Denk aan de opname van de gemeente, het duizendjarig rijk, de grote verdrukking, de bekering van Israël en de laatste bazuin. Ook in de gevestigde kerken zijn er leden die zich intensief met deze thema’s bezighouden en er veel van afweten. Ze vormen echter wel een minderheid, zo is mijn indruk, terwijl de (grote) meerderheid hier hun schouders over ophaalt. En dat is jammer. De leer van de laatste dingen (eschatologie genoemd) heeft alles te maken met de bijbelse hoop. Dat is heel concrete, aardse hoop. Juist die hoop kunnen we vandaag de dag goed gebruiken. Maar hoe moet je deze laatste dingen begrijpen, als je enerzijds aanvoelt dat de letterlijke lezing van de bijbelgedeeltes die hierover gaan, tekortschiet en je anderzijds het idee hebt dat je wel heel weinig overhoudt als je alles ‘symbolisch’ noemt.
Uitlegprincipes
Nu zijn wij natuurlijk niet de eersten die zich afvragen hoe je de betreffende passages moet lezen en uitleggen. Er zijn in de loop der jaren een aantal principes ontwikkeld die van belang zijn om tot een goede interpretatie te komen (door onder meer Rahner, Van der Kooi/Van den Brink en Migliore). Ik noem er een aantal.
- Het gaat bij deze voorstellingen van de eindtijd om beelden, om beeldspraak dus, niet om exacte beschrijvingen van hoe de eindtijd zal verlopen. Deze beelden moeten echter wel serieus worden genomen. Ze zijn een poging om de christelijke hoop concreet te maken.
- Deze voorstellingen en bijbelse passages moeten gelezen worden vanuit het leven, het kruis en de opstanding van Jezus Christus. Ze zijn daar inhoudelijk afhankelijk van.
- De opstanding van Jezus is een lichamelijke opstanding. De christelijke hoop geldt dan ook voor ziel én lichaam, en voor de materiële werkelijkheid.
- Er is één vorm van heil, namelijk Gods nieuwe wereld. Er is geen scheiding tussen het heil voor de gemeente en het heil voor Israël (Aldus Berkhof, Christus. De zin der geschiedenis, p. 155). Dit lijkt me een fundamenteel inzicht en wil dit nu verder uitwerken.
Een mogelijk schema
De hierboven genoemde laatste dingen (beter gezegd: gebeurtenissen) worden op diverse manieren als puzzelstukjes aan elkaar gelegd en zo tot een kloppend schema van de eindtijd gemaakt. Eén van deze schema’s ziet er als volgt uit. In Daniël 9 wordt de toekomst van Israël voorspeld in de zeventig jaarweken. De zeventigste jaarweek wordt ingevuld vanuit Mattheüs 24 en het bijbelboek Openbaring. Maar tussen de negenenzestigste jaarweek (Christus’ komst) en de zeventigste (Israëls toekomst) liggen – zo veronderstelt men – vele eeuwen.
Dit is de bedeling (het tijdperk) van de gemeente, die eindigt als de gemeente wordt opgenomen (zie 1 Thess. 4). Na de opname volgt voor Israël eerst de grote verdrukking en vervolgens het regeren met Jezus, de koning van de Joden. Volgens deze opvatting hoeft de gemeente dus niet door de grote verdrukking heen, ze kan als het ware toekijken als deze verschrikkelijke tijd zich voltrekt. Belangrijk hierbij is de leer van de bedelingen. Er is een bedeling van de gemeente, die dus eindigt met de opname van de gemeente in de hemel – daar ontvangt ze haar heil – en er is het tijdperk van Israël, dat eindigt bij de vervulling van de aardse beloftes uit het Oude Testament.
Er zijn volgens deze opvatting dus twee vormen van heil: een hemels heil voor de gemeente en een aards heil voor Israël. Berkhof wijst er echter op dat het Nieuwe Testament dit onderscheid niet kent. Er is wél een onderscheid in het ontvangen van het heil (hij spreekt over tweeërlei ontvangers van heil, namelijk Israël en de kerk), maar er is maar één heil. De opname van de gemeente past hier niet bij. Al is dit, eerlijk is eerlijk, natuurlijk een de-kip-of-het-ei-verhaal. Vind je dat de opname van de gemeente weldegelijk goede, bijbelse papieren heeft, dan vervalt het principe dat er in het Nieuwe Testament van slechts één vorm van heil sprake is.
Ik wil daarom nu ingaan op het bijbelgedeelte dat belangrijk is voor de leer van de opname van de gemeente.
De opname van de gemeente
Dit kerngedeelte is 1 Tessalonicenzen 4: 13-17 en dan met name vers 17: en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de Heer tegemoet. Dan zullen we altijd bij Hem zijn.
Paulus wil in dit gedeelte laten zien dat de gelovigen niet hoeven te treuren zoals anderen, die geen hoop hebben. De tekst gaat dus over de betekenis van de christelijke hoop met het oog op gemeenteleden die gestorven zijn. Paulus begint bij de kern: Jezus is gestorven en Hij is opgestaan. Vandaaruit ontwikkelt hij zijn gedachten (zie boven, principe twee). Onze opstanding staat namelijk niet los van Christus’ opstanding. Van de opgestane Jezus weten we dat Hij niet als een ontlichaamde ziel ergens in de ‘lucht-hemel’ leeft/zweeft. Hij is nu in de hemelse troonzaal, als het lam dat regeert, maar zijn bestemming is de nieuwe aarde (Openbaring 22). Zo geldt dit dus ook voor de gelovigen die ‘met’ Hem zijn gestorven en ‘met’ Hem zijn opgestaan. Ze zijn nu geborgen bij God, krijgen aan het einde van de tijd een nieuw lichaam en komen tot hun bestemming op die nieuwe aarde. Want het aardse, het materiële doet geheel mee (zie principe drie).
Paulus spreekt er vervolgens over dat de Heer uit de hemel zal neerdalen en dat de gelovigen de lucht ingaan, de Heer tegemoet. Een paar opmerkingen daarbij. Dat neerdalen is niet bedoeld als een verticaal naar beneden komen. Alsof de hemel, waar Jezus is, een locatie in dit universum is. Alsof Hij ergens boven ons is, bij wijze van spreken in de buurt van Mars, en vandaar naar ons afdaalt. De hemel is niet letterlijk een locatie boven ons, de hemel is te begrijpen als een andere dimensie. Jezus komt vanuit een andere dimensie onze werkelijkheid binnen. Het neerdalen gaat dus niet om een letterlijk afdalen, het is een metafoor voor Jezus’ wederkomst.
Dat we op de wolken worden weggevoerd, is een troostvol beeld. Het verwijst naar de zoon des mensen (Daniël 7) op de wolken. Het gaat om een teken van overwinning. De mensen daar in Tessalonica, die lijden onder grote weerstand en vervolging, zullen door Hem overwinnen! Het is een beeld dat ook zonder letterlijke vervulling veel betekenis heeft. Wat bedoelt Paulus vervolgens als hij zegt dat we in de lucht de Heer tegemoet gaan? Als een Romeinse keizer of een hoge generaal een stad kwam bezoeken, gingen de bewoners de stad uit, hem tegemoet, om dan vervolgens samen met hem weer de stad in te gaan. Zo zullen alle gelovigen de Heer bij wijze van spreken tegemoet gaan en vervolgens met Hem naar hun bestemming gaan, het nieuwe Jeruzalem. En daar zullen ze altijd bij Hem zijn. Althans, dat is het beeld dat Paulus volgens Wright gebruikt. Met Hem op weg naar de nieuwe aarde. We zien op deze manier het neerdalen van Jezus en het in de lucht gaan van de gelovigen, als beeldspraak, die we serieus nemen. We zullen door Hem meer dan overwinnaars zijn, en met Hem op de nieuwe aarde leven en regeren.
Het lijkt me zaak om de handschoen op te pakken en deze ingewikkelde thema’s op een doordachte manier aan de orde te stellen. Want gefundeerde hoop kunnen we wel gebruiken. De genoemde criteria zijn daarbij goede handvatten.
ds. Aaldert Gooijer
Theologie