Afbeelding

DE GEMEENTE IN HET BEGIN EN NAAR HAAR BEGINSEL

Algemeen

Het begin(sel) van de eerste christelijke gemeente spreekt nog altijd aan. In Handelingen 2 lezen bij de verzen 42-45: Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden.

TROUW

Er is dus sprake van trouw, gemeenschapsgevoel, brood breken, gebed, ontzag voor de wonderen en een gemeenschappelijk bezit.