Afbeelding
Scheltens

Blijdschap en geloof

Algemeen

Soms is het stil in de kerk. Je voelt de aandacht en de concentratie tijdens het beluisteren van een preek. En als de reacties dan loskomen, merk je wat er van het geheel komt bovendrijven. In de preekkunde kan daar veel over gezegd worden.

Maar het gaat me nu vooral om de reacties op de Paaspreek, die Petrus op die eerste Pinksterdag na de uitstorting van de Heilige Geest heeft gehouden. Wat moeten we doen, is de klemmende vraag na alles gehoord te hebben. Petrus zet het Pinkstergebeuren in het kader van de profetie in het Oude Testament. Hij haalt de profeet Joël aan over mannen vrouwen, jongeren en ouderen, die allemaal erbij horen, ja erbij gehaald worden. Dat is Pinksteren: één en al uitnodiging om erbij te komen en mee te doen. Het gaat over het werk van God. En dan is David een profeet, die aangeeft wat een unieke persoon de Messias wel niet is. 

Jezus is door God Zelf tot leven gewekt en daarvan getuigen wij. Dat hebben wij niet zitten bedenken, dat heeft God ons willen schenken. Pinksteren heeft de mond vol over die grote daden van God. En het wonder is, dat die grote daden verstaanbaar ter sprake komen. 

Dat is het punt. Het gaat ergens over. En het verzoenend kruislijden zal niet een gedaanteverandering naar oordeel en vergelding ondergaan. Het blijft gaan om vergeving te ontvangen in de naam van Jezus.

Wat moeten wij doen, klinkt het als reactie. De preek van Petrus zet aan tot reactie. Eigenlijk hoeven ze niets te doen, alleen maar aan hen te laten doen, de doop, dat doe je zelf niet, dat wordt gedaan. Als je goed kijkt naar die pinksterpreek, dan draait het uit op ontvankelijkheid en niet op een tegenprestatie. In die aanvaarding van de woorden van Petrus zit iets van gastvrijheid, blijdschap, opluchting. Het is nog niet te laat. Je kunt er nog bij.

Zou dat niet een passende karakteristiek zijn van het christelijk geloof: dankbaar en blij zijn voor wat God ons allemaal heeft willen schenken. En erkennen, dat je dit allemaal in de schoot geworpen krijgt om het blij en dankbaar te aanvaarden. Want genade, vrede, vergeving en verzoening liggen niet op de schappen van de supermarkt. Ze zijn er, maar niet los van Christus verkrijgbaar. Dat maakt Petrus duidelijk. Kan dat? Geloven en blij zijn? Ook in tijden van spanning en tegenslagen?

Ik denk aan de landingsstranden van Normandië. Daar zijn slagvelden geweest in juni tot augustus 1944. Daar zijn erevelden met vele duizenden soldatengraven. Daar gedenkt men. Ook in geloof. ‘In Gods hand’ lees je op veel graven. In Sainte-Mère-Eglise is een glas-in-lood-raam met Maria en het Kind terwijl langs haar heen parachutisten naar beneden suizen. Die parachutisten zijn niet aan hun lot overgelaten, want de Vredevorst is er ook voor hen.

Een parachutist landde op de kerk. Ze hebben het tot humoristische kunst gemaakt. Kerken in Normandië hebben onderdak geboden aan vele inwoners die vluchtten voor het oorlogsgeweld. Dat is diaconaal omzien naar elkaar in spannende tijden. En de Geest zal er voor zorgen, dat als het even kan, vreugde en dankbaarheid een rol blijven spelen. Zodat het niet een sfeer wordt van ‘rot, maar het mot’.

De Geest brengt het heilige in het onheil op allerlei wijze en wie zou daar niet blij van worden?

ds. Wim Scheltens

Geloof

Afbeelding