Afbeelding

Het belijden in het beleid

Algemeen

Wie op iets oudere leeftijd gaat trouwen of samenwonen, die weet hoe lastig het is om van twee inboedels één te maken. De oude bank vol slijtplekken mag rustig naar de stort en die stapel oude handdoeken ook. Maar de luie stoel, waar je zoveel uurtjes in hebt zitten lezen? En de oude klok die nog van je oma is geweest? Je partner heeft ook al een stoel en een klok. In een huis vol stoelen en klokken is geen plek meer om te leven, dus er moet er één weg. Lastig! Maar ook mooi om te doen, het is een stap naar de toekomst waar je samen van droomt. Je mag een traantje wegpinken wanneer je je klok naar de kringloop brengt, maar meer ook niet. Er komt een leven voor terug en dat is wat je wilde. Wie hecht aan het oude is nog niet klaar om iets nieuws te beginnen.

Dit beeld kwam bij me boven toen de redactie me vroeg om iets te vertellen over de rol van de Geest bij het maken van beleid, en dan in het bijzonder rond samenwerken en samengaan van gemeenten. Ik ben blij met die vraag, want de toon bij dit soort processen is soms wel erg zakelijk. De gemeenten zetten elk op een rij wat men heeft aan gebouwen, vermogen, menskracht, verlangens, gewoonten en gebruiken, om vervolgens uit te tekenen hoe het er samen uit kan zien. Menskracht wordt eerlijk verdeeld, vermogen soms geoormerkt en tussen de uiteenlopende wensen wordt een passend compromis gezocht. Dat gaat net zo lang door tot er een voor ieder bevredigend totaalplaatje uit is gekomen. Dat lijkt een goede basis, maar juist dat accent op ieder eerlijk z’n deel brengt ook een risico met zich mee. Het is als een huwelijk waarin elk in een schriftje bijhoudt wie wanneer z’n zin heeft gekregen. Daar ontbreekt het geluk van het gunnen. Wie alles gelijk wil verdelen, die rekent zich een breuk.

De plaatselijke gemeente is nooit een doel op zich. Het gaat erom dat ook een volgende generatie een levende protestantse geloofsgemeenschap kan leren kennen. En die moet ergens te vinden zijn, in eigen dorp of ergens in de buurt. De identiteit ervan wordt niet bepaald door de locatie: we horen bij elkaar omdat we samen de Heer willen volgen. Of beter gezegd: de Herder roept ons samen, omdat Hij met ons zijn weg wil gaan. Zo is elke gemeente afzonderlijk begonnen, en voor een nieuwe (gezamenlijke) gemeente is dat niet anders. De liefde van de Heer brengt ons, ook over dorpsgrenzen heen, bij elkaar. Dat is het werk van de Geest: Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden. (I Korintiërs 12:13)

Die Geest zet ons aan het werk. En bij dat werk horen ook de taaie klussen van het opstellen van samenwerkingsovereenkomst, beleidsplan en plaatselijke regeling. Misschien moet er ook een keuze worden gemaakt tussen twee kerkgebouwen, of moet je opnieuw over de liturgie nadenken. Daar kom je niet onderuit, net als het stel dat moet kiezen tussen piano en antieke kast. Maar daar begint het niet. Het begint bij de roep om gemeente te zijn en de kracht van de Geest om die roep te verstaan. Steeds wanneer het verdelen ons verdeelt, is dat het punt om samen naar terug te gaan.

ds. Riemer Praamsma

classispredikant Fryslân

Geest en beleid