Afbeelding

Ex-Pastors

Algemeen

Op zondag 30 augustus nam ik afscheid van Vuren, zonder dat ik naar een andere gemeente vertrok. Daarin sta ik niet alleen. Afgelopen jaren zijn veel (jonge) collega’s deze weg gegaan. Met een van hen besprak ik of er vanuit de PKN wel zicht is op deze groep, op hun redenen voor deze verandering en wat de kerk daarvan kan leren. Zou een onderzoek niet nuttig kunnen zijn?

Tegelijkertijd kwam ik een ouder boek tegen over precies die vraag: Ex-Pastors. Why Men Leave the Parish Ministry (waarom men stopt met het gemeentewerk). Dit boek komt uit een andere tijd en context: een Amerikaans protestants kerkverband (United Church of Christ) eind jaren ‘60. Toch zijn er ook veel overeenkomsten en andere inzichten die dit boek de moeite waard maken.

Resultaten

Het onderzoek wijst op grofweg drie verschillende groepen van ex-pastors. Als eerste degenen die vanwege een acute reden vertrokken. Er was bijvoorbeeld een conflict met de lokale kerk of er speelden onderliggende persoonlijke of familieproblemen. Velen van hen zouden later weer opnieuw gemeentepredikant willen worden. 

Bij een tweede groep gaat het meer over permanente problemen. Bijvoorbeeld de werkdruk van de predikant, het gebrek aan relevantie van de kerk in de samenleving of het gevoel er alleen voor te staan. Deze problemen worden ook door veel werkzame predikanten herkend, alleen gaf het voor deze groep de doorslag om te stoppen met het gemeentewerk. Zij spreken daardoor het negatiefst over de kerk.

Als laatste zijn er predikanten met brede interesses, die vaak ook doorgestudeerd hadden (een master was toen niet verplicht) en zo ergens anders terecht kwamen, als docent of sociaal werker. Zij zien zichzelf vaak nog steeds als minister (voorganger/dominee), maar niet meer als pastor (gemeentepredikant). Hun weg met God leidde ergens anders heen.

Lessen

In alle drie de gevallen trekt het onderzoek een aantal lessen. De eerste groep heeft vaak persoonlijke begeleiding gemist in hun moeilijke situatie en ook daarna ontbreekt het contact met de kerk om eventueel terug te keren. Als er meer zicht is op deze groep, zouden sommigen misschien zelfs geen afscheid genomen hebben, maar op een beter passende plaats binnen de kerk terecht zijn gekomen. 

Voor de tweede groep is een systematischere aanpak nodig. Gedeeltelijk kunnen de hierboven genoemde thema’s in de opleiding een plaats krijgen. Maar het heeft ook te maken met de houding van gemeenteleden, die soms het schaap met vijf poten verwachten. Of zoals iemand het verwoordde: ‘Misschien hoeven we de studenten niet beter te leren preken, maar zouden de gemeenteleden beter moeten leren luisteren.’

De derde groep laat meer iets zien van onze tijd. Weinig mensen blijven nog voor een langere tijd bij dezelfde werkgever en dat patroon zien we ook in de kerk. Het zou goed zijn om daar flexibel mee om te gaan om het negatieve stereotype van een ex-pastor te vermijden. 

Stereotype

Want dat bestaat wel, een negatief stereotype. Van dominees die van hun geloof zijn gevallen of waar niet mee samen te werken valt tot jonge voorgangers die buiten de kerk meer uitdaging of een hoger salaris zouden zoeken. Dit onderzoek laat zien dat deze dingen soms een rol spelen, maar niet in de meerderheid van de gevallen en zelfs dan nog zijn dit niet de belangrijkste redenen om te vertrekken. 

In plaats daarvan is het een optelsom van factoren. Aan de ene kant maakt dat het probleem behoorlijk complex. Het is niet zomaar met een formele wijziging op te lossen. Aan de andere kant geeft het ook hoop. Een kleine verandering kan het verschil maken, waardoor een predikant het ondanks alle moeilijkheden toch weet vol te houden. Doordat gemeenteleden echt naast diegene staan, begrip hebben voor diens situatie en waardering uitspreken voor het gedane werk. Ben jij zo iemand?

ds. Mart Jan Luteijn

Geloof