Handelingen en de dynamiek van de Geest van Christus
Algemeen
Vanaf het allereerste hoofdstuk tot aan de slotverzen van het bijbelboek Handelingen – waarover ik deze zomertijd vanaf Pinksteren een serie preken houd – is het de dynamische, ja soevereine beweeglijkheid van de verhoogde Heer die opvalt en je van de ene in de andere verbazing doet vallen. De Geest blijkt een transformerende aanwezigheid die grenzen doorbreekt, structuren opschudt en de piepjonge kerk en de prilste christenen in beweging zet.
Brugfunctie
Nu is er heel veel geschreven over dit bijbelboek dat de brug vormt tussen de vier evangeliën en de brieven van Paulus, tussen de handelingen van de Geest van Christus en die van de apostelen, tussen de kerk die in aantal en in locaties, extensief én intensief, groeit en tegelijk de tegenkrachten ervaart. In deze bijdrage stip ik slechts enkele accenten aan met het oog op het jaarthema: Beweeg mee!
Vier opmerkingen:
1. We mogen God dankbaar zijn voor auteur Lucas, die aan het begin van het bijbelboek Handelingen, net als in het naar hem genoemde evangelie, begint met zijn woord aan Theofilus (Lett. Godelief!) en laat zien in welke lijn dit zijn tweede boek is bedoeld: ‘In mijn eerste boek heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven, vanaf het begin tot aan de dag waarop Hij in de Hemel werd opgenomen, nadat Hij de apostelen die hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was’
(Hand 1:1-2).
2. Steeds opnieuw wordt duidelijk dat er spanningen zijn met vooral de joodse kontekst en overheden, waarin de apostelen als gezanten van Christus zich bewegen. Het staat echter ook op iedere bladzijde te lezen, dat het geen nieuwe religie is die met de naam van Jezus Christus – de Rechtvaardige die gestorven is en leeft – gepredikt wordt, maar de ware voortzetting van de traditie die teruggaat op de tora en de profeten.
3. Als ergens het wezen en de roeping van de kerk in beeld komt, de verhouding tussen het Hoofd (Christus) en het Lichaam (Zijn gemeente), dan wel in het bijbelboek Handelingen. Karl Barth noemt in dit verband de Geest, het geheim van de opbouw van de gemeente van Christus ‘die Selbstbezeugung Jesu’.
4. De dynamiek van Handelingen heeft, net als in iedere kerk en kerkenraad, landelijk én plaatselijk, ook met overgangen, andere vormen, volgende generaties te maken, met zoals we dat zeggen, het stokje dat moet worden doorgegeven. Noordmans noemde het: Petrus gaat en Paulus komt.....
Grensverlegger
Het staat al te lezen in Handelingen 1:8: Maar wanneer de Heilige Geest over u komt, zult u kracht ontvangen en Mijn getuigen zijn, eerst in Jeruzalem, daarna in heel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste van de aarde. De beweeglijkheid van de Geest wordt zichtbaar in het verleggen van ook geografische en etnische grenzen. Het begint, hoe kan het ook anders, in Jeruzalem, maar direct met Pinksteren zijn er reeds getuigen afkomstig ‘uit ieder volk op aarde’ (Hand 2:5). De steen die God zelf met Pinksteren in de vijver van de geschiedenis heeft gegooid, heeft centrifugale kracht, trekt steeds wijdere cirkels.
Prachtig voorbeeld van zo’n grensverlegging vind ik Handelingen 10, de geschiedenis van de Romeinse hoofdman Cornelius en de apostel Petrus. Petrus bevindt zich wat je zou misschien zou kunnen noemen een theologische comfortzone, geleid door strikte wetten over rein en onrein. De Geest doorbreekt die stagnatie op onverwachte wijze! Petrus komt langzaam tot een nieuw inzicht (Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen, Hand 10:34). En terwijl hij nog spreekt tot de heidense huisgenoten van Cornelius, viel de Heilige Geest op allen die het woord hoorden (Hand. 10:44).
Ooit werd dit moment het ‘heidense Pinksteren’ genoemd. De Geest wacht niet op de menselijke goedkeuring, een formele doop of een uitspraak van een synode of concilie. De Geest dwingt de kerk eigen theologische kaders op te rekken! Het stopt niet, niet in Athene of Rome (waar wel het boek Handelingen eindigt), niet in Genève of in Utrecht...
Stoorzender
Toch gaat het evangelie niet als een lopend vuurtje de wereld in. Er zijn van buiten én binnen, tegenkrachten die zich sterk maken. Ooit gebruikte iemand het beeld van de palmboom, die juist door een een op z’n kruin gelegde steen – door de tegenkracht dus – het best omhoog groeit. Dat is misschien wel een passend beeld voor het bijbelboek Handelingen.
In Hoofdstuk 3 en 4 worden Petrus en Johannes gevangen genomen en tegengewerkt, maar nog gedoogd. In hoofdstuk 5 bij Ananias en Safira – ooit noemde Okke Jager dat de zondeval van de kerk! – wordt zichtbaar, hoe ook van binnenuit in de gemeente het kwaad gestalte kan krijgen. In Handelingen 7 is het Stefanus die de eerste martelaar wordt, in hoofdstuk 9 worden Saulus goedgekeurde plannen wreed en onomkeerbaar verstoord. Maar ook verderop lezen we: En nadat zij door Frygië en het land van Galatië gereisd waren, werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. En toen zij bij Mysië gekomen waren, probeerden zij naar Bithynië te reizen, maar de Geest liet het hun niet toe (Hand.16:6-7).
Soms zit de beweeglijkheid van de Geest dus niet alleen in een positieve impuls tot actie, maar ook in een veto, of in tegenwerking. Al gaat het – met het nachtelijke visioen van de Macedonische man (Hand. 16:9) – daarna ook anders verder, richting Europa...
Vernieuwer
Dat de kerk een levend organisme is, waar ook zaken moeten worden veranderd, bijgesteld en geüpdatet, blijkt ook in dit bijbelboek. Een mooi voorbeeld blijft Handelingen 6. De spanningen tussen de Hebreeuwstalige en Griekstalige jodenchristenen lopen op en er moet ingegrepen worden. De leiders van de gemeente reageren niet star – ‘zo hebben we het afgesproken’ of ‘zo is het altijd geweest’ – maar met ‘spirituele flexibiliteit’! Er worden mannen gekozen ‘vol van de Heilige Geest en wijsheid’ (Hand. 6:3).
Een van hen is Stefanus, die kort daarna zijn rede houdt waarin hij de complete theologie van die dagen bekritiseert door te wijzen op de geestelijke geschiedenis van Gods omgang met Zijn volk (Hand. 7). Stefanus herinnert eraan dat God niet in een handgemaakt gebouw woont; God beweegt mee met Zijn volk!
Motor
Is het u wel eens opgevallen hoe vaak er wordt gebeden in Handelingen? U leest erover in Hand 1:24; 4:31; 6:6; 8:15; 9:40; 10:2; 12:5; 13:3; 14:23; 16:25; 20:36; 21:6; 27:29. Het mooiste voorbeeld van de kracht van het gebed en de beweeglijkheid van God Drie-enig is misschien wel hoofdstuk 12: de gemeente bidt zonder verhoring te verwachten – want Jacobus was juist door Herodes gedood. Terwijl de gemeente bidt, staat Petrus te kloppen aan de deur!
God opent volop deuren – deuren in mensen, tussen mensen en tussen werelden. En de apostelen – denk aan Filippus in Handelingen 8 – worden zelf uitgenodigd mee te gaan in die beweeglijke weg van de Geest van Christus. Of, met bekende, zingbare woorden:
t Werk van God is niet te keren
omdat Hij er over waakt,
en de Geest doorbreekt de grenzen
die door mensen zijn gemaakt.
dr. Peter Verbaan
Themanummer Beweeg mee