DAGON WORDT VERSLAGEN

Op Pinksteren horen we: ‘Onze God is een verterend vuur’ (Hebreeën 12:29). Gods Geest wekt en onderhoudt ons geloof, maar kan ons ook pijnlijk terechtwijzen. De boodschap van 1 Samuël 5 is ook dat we respect voor de HEER moeten hebben. Hij is heilig. Hierbij het verkorte middenbouwverhaal.

INLEIDING

Zit een van jullie op judo? Eerst leer je goed vallen. Belangrijk om jezelf geen pijn te doen. Daarna leer je allerlei grepen en technieken: de beenveeg, armklem, de heupworp en natuurlijk de houdgreep. 

Een wedstrijd waarin je kunt laten zien wat je kunt, is mooi. Je vriendje of vriendinnetje te snel af te zijn en in een eerlijk gevecht verslaan. Machteloos op de mat. Ippon, over en uit!

Vandaag horen we hoe de HEER Dagon, de god van de Filistijnen vloert.


DE OORLOG VOORBIJ

Vrouwen en kinderen lopen door de straten van Asdod. De soldaten komen terug uit de oorlog. Zouden ze gewonnen hebben van Israël? Zullen hun mannen, vaders en broers er ook bij lopen? Even later marcheren duizenden soldaten door de straten. Ze zingen dat ze gewonnen hebben. Dagon heeft hen geholpen de Israëlieten te verslaan. ‘Wij zijn de sterkste’. Een groep soldaten draagt een kist van echt goud mee. Ze juichen: ‘Wij hebben Hem te pakken, die God van Israël. Wij hebben de Ark veroverd’. De vrouwen snappen er nog niks van. ‘Hoera, alle eer aan Dagon! Hij is de sterkste!’ 

De soldaten brengen de gouden kist naar de tempel. Daar zetten de Dagonpriesters hem neer naast het beeld van hun god. Nu kan iedereen de kracht van de god van de Filiustijnen zien.


ONGELUK OF SABBOTAGE?

Als de priesters van Dagon de volgende morgen de tempel binnen stappen schrikken ze. Wat is er gebeurd? Het beeld van Dagon ligt op de grond, languit voor de gouden Ark.

Snel zetten de priesters het beeld weer op z’n plaats. ‘Sstt, niks zeggen hoor’, fluisteren ze tegen elkaar. ‘Niemand heeft gelukkig iets gezien. Het probleem is al opgelost’. De priesters doen hun werk. ‘s Avonds controleren ze extra goed of de tempeldeuren goed dicht zijn.

De volgende morgen is het nog erger. Weer ligt Dagon op de grond. Het hoofd en de handen lijken wel van het beeld afgehakt. De stukken liggen op de drempel.

Verstijfd van angst kijken de priesters rond. Hoe kon dit gebeuren? Er was echt niemand in de tempel. Met een grote stap gaan ze over de drempel. Erop gaan staan mag natuurlijk niet, want met de handen van Dagon erop is het een heilige drempel geworden. Daar ga je natuurlijk niet op staan!. Ze repareren Dagon zo goed mogelijk en zetten hem weer op z’n plaats.


GODS MACHT

‘Het lijkt wel of het spookt. Zou het met die gouden Ark te maken hebben, met Israëls God? Nee, dat kan niet; Hij was verslagen door hun Dagon.’ Iedereen die die dag in de tempel komt, mag niet op de heilige drempel stappen. Waarom dat niet mag, kun je niet geheim houden. Al helemaal niet met een beschadigd beeld. De gevallen Dagon is het gesprek van de dag. 

Maar er gebeurt meer. Mensen krijgen overal pijnlijke plekken. Echt heel eng. Als veel meer mensen ziek worden, denken de Filistijnen aan de gouden kist in de tempel van Dagon. ‘Waren er vroeger, toen de Israëlieten in Egypte als slaven werden vastgehouden, geen erge ziektes en rampen gekomen, omdat de God van Israël boos was op de farao?’ 

Iedereen in de stad praat erover. ‘Er is maar één oplossing’, zegt iemand, ‘die gouden kist moet hier weg, Israëls God neemt met deze ziekte wraak op Dagon en ons!’


AFSTAND NEMEN

‘De Ark moet weg, direct!' oppert iemand. Anderen vallen hem bij.  De inwoners van Asdod sturen de gouden kist naar een andere stad, Gat. Maar daar en later in Ekron is de ziekte nog ernstiger. De Filistijnen worden zo bang voor de God van Israël, dat ze Hem niet meer bij zich willen hebben. Nee, ze geloven niet in Hem. Ze bidden de HEER niet om vergeving met offers. Daarvoor zijn ze te trots. Ze blijven volhouden: geen god kan sterker zijn dan hun Dagon.


DE ENE GOD

God liet zich door de Israëlieten niet als mascotte gebruiken, toen ze Ark meenamen in de oorlog. De Ark is wel de plaats waar de HEER op aarde woont. Maar de Ark is niet de HEER zelf. God is geen ding, God is God. Veel groter dan de machtigste mens, veel groter dan het spectaculairste natuurverschijnsel. Hij heeft immers alles geschapen. Omdat de Israëlieten Hem niet eerbiedig dienden, verloren ze de Ark aan de Filistijnen. 

De Filistijnen, die de HEER inzette om Israël te straffen, krijgen nu hun lesje. God laat zien dat Hij Dagon met het grootste gemak in de houdgreep neemt. God bewijst dat Hij alleen alles op aarde bestuurt. De Filistijnen denken dat de HEER kunnen uitlachen en dat ze met Hem kunnen doen wat ze willen. Nou, mooi niet!

De God van Israël is de enige echte God. Niets houdt Hem tegen. Zouden de Israëlieten dat nu ook gaan geloven en weer eerbiedig met de Ark omgaan?


ds. Dick Westerneng