Weer een dominee minder
Opnieuw lees ik in de krant over een collega die iets heel anders gaat doen. Hij legt zijn werk als predikant neer (met behoud van alle rechten) en gaat een heel andere baan doen. Het is niet de eerste collega die ik de afgelopen tijd zie vertrekken. Niet alleen gaat een heel aantal met emeritaat, ook jongere collega’s kiezen er regelmatig voor om in een andere sector te gaan werken.
Dat vind ik eerlijk gezegd best lastig. Ik gun ze alle geluk van de wereld, maar ik ben ook wel teleurgesteld. Weer een dominee minder. We hebben deze collega’s hard nodig in onze kerk.
Tentenmakers
Toen ik theologie studeerde, werd er nog gesproken over predikanten als tentenmakers. Verwacht werd dat door de ontkerkelijking vooral deeltijdbanen voor voorgangers over zouden blijven. Zoals Paulus niet alleen evangeliseerde, maar als tentenmaker in zijn levensonderhoud voorzag, zo zou ook de toekomst van de predikant eruit komen te zien: naast het predikantswerk een andere (deeltijd)baan om van te kunnen leven.
Een kleine vijftien jaar later is het tegendeel aan de hand. Hoewel er inderdaad meer deeltijdvacatures zijn ontstaan, is de roep om predikanten heel groot. Er stromen te veel mensen uit, onder andere doordat veel predikanten hun emeritaat bereiken. En de instroom is verhoudingsgewijs maar minimaal. Ik heb de landelijke aantallen niet precies paraat, maar in het noorden gaan de schattingen tot ruim 60% van gemeenten die de komende jaren vacant zullen zijn.
De praktijk wijst uit dat zodra een predikant vier jaar in een gemeente staat, de telefoon begint te rinkelen. Als ze niet al vlak voor die vier jaar aan de lijn hangen… “Staat u al open voor een beroep?”
Druk
Van de 1400 predikanten die nu in de PKN werken, blijven er de komende jaren zo’n 700 over, volgens Roel de Knijff, voorzitter van de Bond van Nederlandse Predikanten. Het werk wordt er ondertussen niet minder van. Door de toenemende vergrijzing komen er meer uitvaarten bij. En tegelijkertijd wordt van de predikant ook een missionaire bevlogenheid verwacht en initiatieven om de jeugd er weer meer bij te betrekken.
De druk op predikanten is groot, in sommige situaties misschien wel té groot. Er kampen veel predikanten met burn-outklachten. Als de roepstem die je eenmaal in het ambt bevestigde, ’s nachts tot een nachtmerrie verworden is en die stem je maar blijft achtervolgen wat je allemaal nog meer kunt of moet doen, dan gaat er iets niet goed. Het gevoel nooit klaar te zijn met je werk, omdat er altijd meer is om te doen, kan een reden zijn om een baan te zoeken met een duidelijkere begrenzing. En de druk om steeds maar weer je gezin te verhuizen en ergens anders te aarden, omdat de een na de andere vacante gemeente een beroep op je doet, kan een reden worden om voor een baan te kiezen met een vastere standplaats.
Roeping
Tegelijkertijd is de roepstem van de gemeente niet voor niets zo sterk. Het gemeentewerk valt of staat gelukkig niet met de dominee (wat een zegen is de enorme inzet van vrijwilligers in de kerk!), maar er is wel behoefte aan bezieling, aan een herder die de gemeente op goede wegen leidt. Aan iemand die woorden (of: het Woord) geeft, en daarmee een stevige basis biedt waarop de handen en voeten van de gemeente hun werk kunnen doen.
Door de gemeenten heen, roept God om herders voor Zijn kudde. ‘Herinner u altijd met dankbaarheid dat het Christus’ eigen kudde is, die u wordt toevertrouwd.’ Dat is ook wat we beloven wanneer we het ambt aanvaarden: ‘Gelooft u dat u (…) door God zelf tot deze dienst bent geroepen?’ Er zullen ongetwijfeld goede redenen zijn om het werk als predikant neer te leggen en iets anders te gaan doen. Soms is dat zelfs beter. Maar het predikantschap is geen gewone baan, die je ook zomaar in kunt wisselen voor ander werk. Het is een roeping die we aanvaard hebben.
Weer een dominee minder
Het is natuurlijk niet aan ons om te oordelen over collega’s die ander werk gaan doen. We weten niet wat er ten diepste in hen leeft, of wat hun thuissituatie is waardoor ze deze keuzes maken. Misschien moeten we er ook op vertrouwen dat God hen op een nieuwe plek geroepen heeft.
Met dit schrijven pretendeer ik niet de oplossing te hebben. Ik besef terdege dat er nog veel meer factoren zijn, die een rol kunnen spelen. Maar toch doet het me verdriet wanneer ik zo'n bericht zie: weer een dominee minder.
Op de vierde zondag van Pasen is het in de PKN Roepingenzondag, dit jaar is dat op 26 april. Wanneer deze uitgave verschijnt, is dat net geweest. Maar bidden voor de roeping van nieuwe mensen én van hen die al in de kerk werken, is nooit te laat.
ds. Annelieke Warnar