
Middeleeuwse kerkgebouwen en de reformatie
O! Welke eene gedaanteverwisselinge! waar wy ons keeren, waar wy ons wenden, wy vinden hier geene beelden, geene altaren, niets hoe genaamd, dat eenige aanleidinge tot bygeloof zou kunnen verschaffen: alles smaakt er naar de eerste Apostolische eenvoudigheid!
Aan het woord is Josua van Iperen, die in 1772 als predikant in Veere spreekt over tweehonderd jaar Reformatie. De term voor de gedaanteverwisseling wordt: ‘zuivering’. Zo staat te lezen in het prachtig uitgeven boek Het kerkinterieur op de schop. De gevolgen van de Reformatie voor de middeleeuwse kerken in Nederland. Toch is van Iperen niet de enige smaakmaker. Willem Teellinck vindt het in 1611 geen bezwaar om kerken te versieren met ‘de conste van snijden ende schilderen. Als het soo pas gheeft’. Maar het afbeelden van God is wel verboden.
De Beeldenstorm van 1566 heeft vanuit Vlaanderen gezorgd voor tal van vernielingen van beelden, altaren, relieken, liturgisch gerei en priestergewaden. Maar niet overal - zoals in Drenthe en Overijsel nauwelijks en in Haarlem is de St. Bavokerk gespaard gebleven, omdat de overheid de kerk gesloten had gehouden en in Leeuwarden zijn de beelden weggeborgen en onbeschadigd bewaard gebleven. De illustraties met hun bijschriften en de verwijzingen via noten en het register zijn in dit boek van hoge klasse. De uitgever heeft er zijn best op gedaan. Dit boek is niet om in één keer door te lezen, maar om steeds weer op te pakken en de platen op je in te laten werken. De tekst van het boek is zeer leesbaar en informatief gemaakt door Marco Blokhuis (Catharijne convent) en ‘onze’ Jan Dirk Wassenaar. In en rond de zomer bezoeken veel mensen middeleeuwse kerken. Dan kun je stille sporen van die eeuwenlange gelaagdheid ontdekken. En zo komen soms laatmiddeleeuwse muurschilderingen van heiligen samen met zeventiende-eeuwse tekstborden (met vaak het Onze Vader, de Apostolische Geloofsbelijdenis en de Tien Geboden). Beiden laten een eigen verhaal zien en stammen uit tradities die ooit ver uit elkaar lagen. Doophekken, orgels, klokken en kerkzilver laten zien hoe het kerkgebouw zich heeft ontwikkeld niet als één breuklijn na de Beeldenstorm maar als een continu proces. Juist die gelaagdheid maakt dit boek tot een waardevolle gids: het helpt lezers om te ontdekken waar een interieuronderdeel vandaan komt, hoe het past binnen de protestantse eredienst en welke keuzes eerdere generaties rondom inrichting hebben gemaakt. Over de plaats van de preekstoel in de kerkgebouwen gaat het natuurlijk ook. Op de preekstoel van Huizum (Leeuwarden) staat een verwijzing naar Jesaja 58: 1a in het Latijn. Er staat in het Nederlands: 'Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn.' Dat heeft te maken met de verstaanbaarheid van de predikant. En daarom zijn er baldakijnen of klankborden boven de preekstoel. Maar ook om het bijzondere karakter van de verkondiging van Gods Woord te accentueren is die ‘hoed’ op de preekstoel gekomen. Op die preekstoel in Huizum is Jesaja 58:1b achterwege gelaten, maar is wel veelzeggend: 'Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden.' In de preek is ongetwijfeld ook aan de zonde aandacht besteed. Misschien nog wel meer dan aan de vergeving van de zonden, terwijl dat het hele verhaal is. De prachtige witte preekstoel kerk van Fransum (bij Aduardl) heeft de schilder uit Westeremden Henk Helmantel geïnspireerd tot een schilderij. In de kerk van Vriescheloo staat op de preekstoel (uit 1560) de tekst uit Spreuken 8: 1,4 '1Hoor! Wijsheid roept, Inzicht laat haar stem horen; Mensen, tot jullie roep ik, ik richt mij tot iedereen.' En op de triomfboog in de kerk van Anloo is de Latijnse tekst te lezen: NON CLAMOR SED AMOR SONAT IN AVRE (AURE) DEI - ‘Niet geschreeuw, maar liefde klinkt in het oor van God.’ Het is een mooi boek geworden, waarin de wijze les uit de Bijbel is te trekken: ‘Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten - zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar Mij terug, niet zonder eerst te doen wat Ik wil en te volbrengen wat Ik gebied.’(Jesaja 55: 10,11).
Marco Blokhuis, Jan Dirk Wassenaar, Het kerkinterieur op de schop. De gevolgen van de Reformatie voor de middeleeuwse kerken in Nederland, Walburg Pers, Zutphen 2025, 247 blz., € 34,99
ds. Wim Scheltens