
Bidden met gevouwen
of met open handen
Zie u dat ook? Dat steeds meer mensen met open handen bidden? Bij het ontvangen van de zegen; bij de handoplegging wanneer iemand na de belijdenis of het aanvaarden van het ambt geknield zit; bij het gezamenlijke gebed, in de kerk of in een kring?
Handjes gevouwen
Natuurlijk weet je dat de joden ook bidden met open handen. Dat lezen we in Gods Woord, in Exodus 9:29 waar Mozes vertelt hoe hij bidt. Of in Psalm 123 of in de bekende woorden uit de berijming van Psalm 134:2 'en heft uw handen op naar Hem'. In Mattheüs 6 geeft Jezus een paar instructies voor het bidden. In dat hoofdstuk staat alleen niet dat je met je handen gevouwen en je ogen dicht moet bidden, en dat staat ook niet op een andere plek in de Bijbel. Sterker nog: gevouwen handen worden in het bijbelboek Spreuken (HSV 6:10 en 24:33) gebruikt als beeld van luiheid, van iets negatiefs dus! Toch klonk en klinkt in de geloofsopvoeding: Handjes samen, oogjes dicht! En op de basisschool leerden en leren we zingen: Handjes gevouwen, / sluit d'oogjes nu / zacht klinkt ons bidden / Heiland tot U (…).
Vazalgebed
Het vouwen van de handen stamt uit de Germaanse en Keltische cultuur. Het was de houding waarmee de vazal tot zijn heer naderde, wanneer deze een gunst wenste te ontvangen. De vazal legde dan zijn gevouwen handen neer in de handen van zijn heer. De Franken, die een belangrijk aandeel in de kerstening van West Europa had, blijkt dit tot een liturgisch gebaar bij het gebed te hebben geïntroduceerd. Vanaf de middeleeuwen zien we dat in vele afbeeldingen.
Op een wenk van de paus
Zo'n twintig jaar geleden zijn de rooms-katholieken op aangeven van paus Johannes Paulus tijdens de mis het onzevader gaan bidden met hun handen schuin naar voren zijwaarts gestrekt op ongeveer schouderhoogte, met de handpalmen naar boven. Daarvoor deden ze dat met handen gevouwen – een gebaar dat uitnodigde om je ogen te sluiten, terwijl het nieuwe gebaar ze nu juist doet openen.
Willem Jan Otten (in het prachtige boekje Amen: een essay over bidden) constateert: Wat je nu ziet (waar ik kerk zijn we wekelijks met velen): een biddend woud met gespreide takken. Het is, ook als je een dorre geloofsdag hebt, een vitaal, vervullend moment.
Eerder schreef Henri Nouwen: Bidden is je handen openen voor God. Het is een langzaam opgeven van de krampachtigheid waarmee je je handen dichtgeknepen hield en een toenemende bereidheid je bestaan te aanvaarden, niet als een bezit dat verdedigd, maar als een gave, die ontvangen moet worden.
Bidden we met open, of juist met gevouwen handen? Ik laat het aan u en jou. Als we maar weten, met woorden van A.A. van Ruler: 'Bidden is, dat men de wil van God gaat opnemen in de eigen wil. Het lot wordt omgezet in daad. De vrijmacht van God weerspiegelt zich in onze vrijwilligheid'.
dr. Peter Verbaan