Protestantse spiritualiteit vandaag

Levensecht geloven in een post-christelijke tijd. Dat is de titel van het nieuwe boek van Gerrit Immink, emeritus hoogleraar praktische theologie van de Protestantse Theologische Universiteit. Eerder verschenen van hem onder andere In God geloven, Het heilige gebeurt (over liturgie) en Bidden in het besef van Gods tegenwoordigheid. En nu ligt er dit boek over de gereformeerde spiritualiteit en de betekenis daarvan voor de kerk van vandaag.

Secularisatie en ervaring

Immink gaat uit van de situatie van de secularisatie, die het ons moeilijker heeft gemaakt om in God te geloven en ook om een gelovige levensvorm te vinden, een geloofsgestalte die duurzaam is, die als het ware elke dag bij je is. Een geloof dat meer is dan een moment, dan een ervaring, een geloof dat echt gestalte aanneemt in het leven; dat vooral is door de secularisatie heel moeilijk geworden. Aan de andere kant is Immink zich ook bewust van het feit dat er al een antwoord op de crisis van de secularisatie is gekomen, namelijk van de evangelische beweging. Deze evangelische beweging bevestigt juist dat God zich nestelt in onze ervaring, met onze ervaring te maken heeft, en tegenwoordig zoekt men het dan niet meer alleen in ervaringen van vergeving en verzoening, of ervaringen van genezing en extase, maar ook van stilte en lichamelijkheid, in het dagelijks leven. 


Objectiviteit en subjectiviteit

Wat Immink nu doet, is vanuit deze situatie de christelijke traditie nog eens opnieuw gaan beschouwen en dan op zoek gaan naar wat daarin de oorspronkelijke gereformeerde bedoeling is geweest als het gaat om het persoonlijke leven met God. 


De probleemstelling die hij naar voren laat komen is dan in feite dezelfde als die we in andere boeken van hem ook tegenkomen, een thema dat hem alle jaren door gefascineerd heeft, namelijk de verhouding van het objectieve en het subjectieve van het heil. Waar zoeken wij het heil? Zoeken wij het heil buiten ons, in Christus, in het Woord, in de belofte, in de toekomst van God, in het verleden, in de daden van God? Of zoeken wij het heil in onszelf, in het menselijk subject, in de beleving? Immink gaat met de gereformeerde traditie van de 17de eeuw en later daarover in gesprek en probeert aan beide kanten van het geloof recht te doen. 


Hij probeert recht te doen aan het feit dat het geloof een inhoud heeft en dat die inhoud niet door ons wordt voortgebracht, maar dat wij daarop antwoord geven; en hij probeert ook recht te doen aan het feit dat het geloof een ervaring is, een beleving, een act van een bepaald subject. Zijn eigen positie komt hierop neer dat hij zegt: wij moeten uitgaan van een God buiten ons die handelt, die zich openbaart, maar die openbaring van God bereikt wel helemaal ons hart. Dus het objectieve buiten ons begint een beweging waarbij uiteindelijk het subjectieve in ons wel helemaal wordt bereikt en mee gaat doen.


Nadere Reformatie

Imminks kritiek gaat dan ook naar denkers toe die het objectieve teveel hebben benadrukt, zoals Karl Barth dat volgens hem teveel heeft gedaan, maar de kritiek gaat effectief gezien het meest naar de traditie die het subjectieve volgens Immink teveel heeft benadrukt. Hij ziet dat gebeuren in verschillende christelijke tradities en stromingen. Hij ziet het in de Nadere Reformatie van de 17de en 18de eeuw die uitvoerig geschetst wordt in hoofdstuk 4 van het boek. Hij begint daar bij Jean Taffin, die nog dicht bij Calvin staat en de geloofszekerheid nog duidelijk zoekt in de beloften. Via Willem Teelinck, Gisbertus Voetius en Wilhelmus à Brakel komt hij echter uit bij Wilhelmus Schortinghuis in de 18de eeuw, waar het heil helemaal afhankelijk lijkt te zijn geworden van de ervaringen in het gemoed. 


Deze hele stroming van de Nadere Reformatie staat bekend als orthodox gereformeerd qua geloofsinhoud. Hetzelfde probleem, namelijk dat het subject van de gelovigen teveel de dingen gaat bepalen, ziet Immink echter in de vader van de moderne en vrijzinnige theologie, Schleiermacher. En hij ziet het ook weer in de theologie van Stefan Paas, die zich ontwikkelt vanuit de gereformeerde orthodoxie, maar door de verbinding met missionaire motieven en de evangelische beweging uiteindelijk uitkomt bij een theologie die niet meer rust in de daden en beloften van God, aldus Immink. 


Levensecht geloven

Het boek eindigt met een lang hoofdstuk dat de titel heeft ‘Levensecht geloven’. Daarin beschrijft Immink wat volgens hem zelf kenmerkend is voor een vruchtbare omgang met God, welke geestelijke oefeningen daarbij horen en welke geloofsgestalten daaruit ontstaan. De uiteindelijke geloofsgestalte die daar ontstaat, is voor iemand die groot geworden is in een confessionele gemeente heel herkenbaar. Levend geloven is volgens Immink in zekere zin iets gewoons. Het is een rustige omgang met God in het persoonlijk gebed, in de contemplatie (de overdenking van wat God aan je gedaan heeft) en in het geestelijke gesprek met medegelovigen. Als dat geoefend wordt, ontstaat een leven in vertrouwen op God die zijn daden gesteld heeft in het verleden, die ons zijn toekomst belooft en die in het heden in ons innerlijk leeft en werkt. Er ontstaat een stevige relatie van kennen en vertrouwen, en een vaste christelijke hoop die zich uit in daden van liefde. Er groeit in het innerlijk een combinatie van ernst en vreugde. 


Saksische vroomheid

Dat klinkt allemaal mooi, maar het deed mij niet heel erg denken aan de hoofdtitel van het boek: ‘Onweerstaanbaar aangeraakt'. Deze titel suggereert iets meeslepends, iets gepassioneerds, iets van hoogten en diepten en hartstocht. Bij het boek van Immink viel mij uiteindelijk echter een heel ander woord in: ‘bedaard'. Het is een spiritualiteit van de rijpere mens, en van de gestage druppel. 


Als dit boek minder hoge ogen gooit dan andere boeken van deze tijd, dan heeft het daar denk ik mee te maken. Want het verlangen naar gepassioneerdheid, met alle risico's van dien, zit diep. Ik denk dat twee namen, die nu helaas in dit boek ontbreken, hier hadden kunnen helpen: Luther en Miskotte. Zij schitteren door afwezigheid, maar hebben denk ik meer antwoord op de crisis van vandaag dan de gematigd orthodoxe gereformeerde vaderen die hier bij Immink leiden tot een typisch Saksische vroomheid.


dr. Willem Maarten Dekker, 

Waddinxveen