Afbeelding

Oorlog en Vrede

Algemeen

Een soldaat die onder bevel staat, mag een mens niet doden. Als hij daartoe een bevel krijgt, moet hij dat niet uitvoeren en ook moet hij niet de eed afleggen. Indien hij daartoe niet bereid is, moet hij afgewezen worden. Wie de bevoegdheid heeft om geweld te oefenen, of wie magistraat van een stad is en daarvoor in purper gekleed gaat, die moet ermee ophouden of afgewezen worden. Doopleerlingen of gelovige mensen, die soldaat willen worden, moeten afgewezen worden, want zulke mensen zijn Godsverachters.

Deze regels maken deel uit van de Apostolische Overlevering waarin bisschop Hippolytus (170-235) te Rome ingaat op de vraag welke mensen tot de gemeente toegelaten mogen worden. In een boeiend artikel laat Kees Wesdorp zien hoe dit al snel veranderde. Al bleef er ook bij Augustinus een krachtige rem op het oorlogvoeren staan. ‘Altijd en voor alle partijen(!) is oorlog niet anders dan een bittere bak ellende in het kwadraat’.

Daarmee is de toon van dit nummer over Oorlog en Vrede gezet. Met wat Gert van der Ende schrijft belanden we in de huidige realiteit. ‘Wil je als dominee werken in een krijgsmacht die zich voorbereidt op de oorlog?’ En, een vraag van Defensie: ‘Kunnen we op jullie rekenen als we betrokken raken bij een oorlog? Hebben jullie voldoende voortzettingsvermogen om de militairen bij te staan ten tijde van een grootschalige en langdurige inzet?’

Indringende vragen worden ook opgeworpen door paus Franciscus in Fratelli Tutti. Evert Westrik maakt zich daarvan tot tolk: ‘Welke vrede zoeken wij? Een vrede die berust op de gedachte: als wij maar sterk genoeg zijn, durft niemand ons aan te vallen?’

Van geheel andere aard is de insteek die Wim de Ruyter kiest in ‘De heilige oorlog’. Hij gaat in op het boek Jozua dat volgens veel uitleggers ‘geen historische beschrijving is, maar een blauwdruk van de ideale werkelijkheid zoals mensen als Ezra en Nehemia die zien. Het gaat om de zuiverheid van het Joodse leven’. We belanden hiermee op het terrein van de hermeneutiek!

Piet van Veldhuizen werkt aan een boek dat in januari 2027 verschijnt: ‘De vier dochters van God. Niemand heeft ooit het hele gelijk’. Met deze ‘vier zusters’ die koning Magnus ooit in de Landswet van het Noorse Rijk introduceerde, genade, waarheid, recht en vrede, doet hij een origineel pleidooi voor depolitiseren. Naast al deze diepgravende vindt u ook nog wat kortere artikelen in dit focusnummer die het wat lichter maken.

We geven voorts ruimte aan John van Eck die een genuanceerd stuk schreef over hoe je als voorganger bidt ‘voor gezagsdragers in een wereld vol geweld’ of wat je juist vermijdt. ‘In de psalmen horen we ook om recht als wraak en in het uiterste geval vernietiging van de vijand bidden. Dat heb ik op de preekstoel nooit gedaan, maar ik kan me situaties voorstellen waarin mensen er om bidden. (..) Het hangt er maar vanaf wat je meemaakt.’

De rij wordt gesloten door ondergetekende, met een column die tot nadenken stemt. En een gebed om vrede. Om mee te bidden, en waar we op onze kleine plek kunnen, aan mee te werken.

Wij wensen u ondanks de thematiek veel leesplezier toe.

Mede namens Wim de Bruin,

Arien Treuren.

Meest gelezen