Hoopvolle vreemdelingen
Algemeen
Net als in veel andere gemeenten lezen we in de Dorpskerk van ’s-Gravenzande deze weken na Pasen uit de eerste brief van Petrus. Het is een uitgesproken Paasbrief. Hij opent met een sprankelende Paasjubel: ‘Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons door de opstanding van Jezus Christus uit de dood opnieuw geboren doen worden en ons zo levende hoop gegeven.’ (1:3) Pasen markeert de tintelende vreugde van een nieuw begin: het leven van Gods kinderen.
Maar wie verder leest, merkt al snel dat dit nieuwe leven allerminst vanzelfsprekend is. Integendeel. Petrus spreekt zijn lezers aan als vreemdelingen: mensen die niet thuis zijn, die er niet bij horen. Het leven uit de opstanding schuurt met de o..